De Voorbeeldburger.

Je denkt dat het nooit anders is geweest. Al besef je je, welke goedgeschapen gedachtes er in onheilspellendheid kunnen schuilen. Het hek voor niets; je verlangen gebroken omdat er toch niet samen door eenzelfde deur.

Dit is het beeld: jij in een savanne met een koala over je schouders. Waarschijnlijk heb je nooit anders gekund. Want je staat daar zo mooi alleen voor.

Dit is niet het weekend van je leven, niet iets dat alles plots miraculeus anders maakt, behalve je eigen gedachtes. Mis ik haar of is zij alles waar ik op terugkom als er niets anders meer is om aan te denken.

We staan, we spelen, we openen de poorten van elkaars ziel. Ik beken dat jij meer leeft en jij uit volle overtuiging dat alles onvergelijkbaar. Dat de paden waarmee men op iets komt anders kunnen zijn; maar als wij uiteindelijk elkaar vinden dat dat is wat telt. Als wij in elkaars armen en wij niet meer loslaten. Als wij niet meer loslaten omdat je weet dat het voor eeuwig. Omdat je dat nu eenmaal ‘weet’ - dat gevoel - voorbijstrevend aan verliefdheid omdat het nog echter, nog intenser en niet wegebt omdat het altijd ergens in je is geweest. Nooit anders voelde.

Wanneer deze gekheid verloren ging. Toen deze waanzin werd bedacht. De creatie van iets dat ‘ik’ heet werd volbracht en het werd een monster. Een monster enerzijds; met de bevochten demonen die nog steeds soms deelnemen en dat wat rationeel heet overnemen. En de liefhebber van het leven anderzijds: die netjes is met de kantoorbaan, vrienden. Een voorbeeldburger.

Moet er doorgemaakt worden wat niet doorgemaakt zou moeten kunnen worden? Omdat de regen oneindig en het onwetende zieltje de dans ontsprong. Door door door tot het einde van het adem( )halen. Omdat de verdoving van het bestaan soms sterker moet.

Je denkt snel dat dit voor altijd is. Bij iedere scheut pijn knijp je hem; hoe lang duurt dit ongemak?

Wanneer rechtvaardig ik dit bestaan? Wanneer is de geleverde bijdrage aan de maatschappij voldoende om mentaal schuldvrij te zijn? Is dit eeuwigdurend zolang de wind bomen omgooit en ik jou memorabele momenten schenk? Totdat je niet meer weet wat je bijdragen moet; waar je draai in de wereld ligt als de onrust in je hoofd blijft ongeacht wat je probeert. Soms is het weg, even, als een zonnig uur op een grauwe dag. Maar meestal is het messcherp aanwezig; door stalen zenuwinzinkingen heen geblazen alsof je een kat met nog genoeg levens overhad. Maar dit is eenmalig.

Deze ademhaling is eenmalig en deze seconde, deze minuut van dit uur van deze dag van deze week van deze maand van dit kwartaal van dit jaar van dit decennium van dit millenium van deze wereld in dit heelal is, eenmalig. Je kan iedere seconde van iedere minuut van ieder uur van ieder .... maar één keer spenderen. Slechts eenmaal uitgeven aan een ervaring. Aan mooiheid, aan lelijkheid. Je kiest alles. Je hebt gekozen wie jij bent en waar jij woont en met wie jij je tijd doorbrengt. Later als je groot bent begon toen jij glibberig uit een baarmoeder tevoorschijn kwam. Toen begon het en na een vijftien jaar mocht je echt gaan denken en heb je alles besloten wat leed naar jouw bestaan op deze seconde van deze minuut van ... En dat is de alleszeggendheid van leven, van bestaan. Dat was je doet, wat je laat, beslist wie jij bent op deze vlek.

En zolang je meer schoonmaakt dan dat je besmeurt mag het?

Bijvangst van het leven. - Hoeveel moet je winnen om je geen verliezer meer te voelen? Om de gemiste kansen van vroeger ongedaan te kunnen maken; kan je alleen maar de beste variant van jezelf worden vandaag, nietwaar?