Milkshakemadame

De duizenden dagen waarin wij niet samen waren. Waarin de tijd zonder ons erin verstreek. Het is gek om te bedenken dat dat ook zo plaatshad voordat wij elkaar gezien hadden. Voordat er die lievezielenoorlog, dat er twee gezichten zich aftekenden in de strijd van adolescentie. We vervangen slechte punten door terugkerende leermomentjes, de beelden van jou in vaagheid bestempelt: of verheerlijkt omdat we elkaar toch niet. Niet weer spraken omdat we elkaar niet tegenkwamen, omdat tegenkomen een oneindig groot begrip is, vastgelegd op verkeerde momenten, foutieve tijdstippen. En dat de eerste keer dat wij elkaar op die manier tegenkwamen het verkeerde tijdstip was, en de tweede keer net zo maar dan voor de ander. Grappig genoeg hebben wij elkaar nooit op een verkeerd moment ontmoet. Alle momenten die vastgelegd liggen in onze ontmoetingen kennen dat rauwe randje; die nietszeggendheid de mond snoert omdat we meteen weer ver in onze innerlijke zielen zijn.

Ongeacht wegen of plekken: ik behoud de afstand zoals ik dat geleerd heb. Zoals we nette mensen zijn; zowaar we claimen dat we stoppen. Nu we voor altijd weer niet voor elkaar zijn, of van elkaar, weg of dan maar in een park. Een park voor nette mensen, een park dat geen plek zou hebben voor deze kul; deze onbeschrijflijke onvergeefbaarheid van het weglopen. Van wat er gebeurde in chaos; van vind-ik-je-niet. Van we gaan door, van jij denkt anders, van mijn oneerlijke venijn: hij wel ik niet. Het 'juist' doen is gestopt met aanvangen of beter: is gestopt voor altijd. Voor altijd en een dag. Hoe je had moeten weten voordat je brein bewust. Voordat je onverdoofd mocht rondbanjeren op een bol van ellende, van kwaad, op dezelfde bol van pracht, van verwondering.

Dat valt niet te rijmen. En je bent te lui geworden om het nog te proberen. Gemakzucht dient de verkeerde mens, maar het voelt zo juist. Niemand anders meer zijn, behalve wie je bent. Dat is immers het recept voor mislukking; de mooiste tijden. Je vertelt jezelf zo veel maar wat vertel je jezelf daadwerkelijk? Is het anders dan de valkuilen die we niet al tien keer eerder overwonnen hadden moeten hebben? En als die valkuilen nog steeds bestaan en je er niet omheen weet te manoeuvreren maar er telkens opnieuw induikt; is dat dan niet gewoon iets dat inherent is aan de jij, de ik? Dus ongeacht wat ik probeer; ik zal daar blijven terugkeren. Dat ik als mens niet echt te veranderen ben van mijn valkuil. Niet van gore verlangens of behoeftepatronen die huizen in mij, maar van de ik die denkt, denkt, denkt en verliest. Die ongeacht in welke bochten hij zich wurmt; het slotakkoord van dat leven sterven blijft.

Zo vergal ik niet alles, alles maar beetje bijna: ik red het ohne dich, sans toi. We hebben het slechts over de invulling van eenmalig te spenderen tijd.

We hebben het over het loslaten van wat nooit vast zat. Nu lig ik hier op de kille vloer met mijn armen gespreid over de vloer. Jij bespeelt de met kaarslicht belichte piano en iedere aangeslagen toets resoneert mijn lichaam door. Het door de mensheid bedachte verstrijken van tijd, dat is dus zojuist ophouden met bestaan. Omdat we stopten met doen alsof. Omdat we het tot hier geschopt hebben: een dak, een bak voer, een kledingstuk, een verwarming, een instrument, twee verbonden zielen die zich stukspelen op onmogelijke vraagstukken. Ik voel ik voel wat jij niet voelt en het is.

De synoniemen zijn op zoals mijn ambitie zich langzaamaan heeft laten verleiden door maatschappelijke onmogelijkheden. Ik zal in gebreke blijven bij de keren dat we terugkeren naar jou: in die paar weken per jaar dat ik jou moet ontmoeten, totdat je weer tot stof vergaat, uit mijn zicht, maar in mijn hoofd.